Column en foto’s

Gepubliceerd door Patrick op

Zesde ledenbijeenkomst 20 april 2026

door Jeroen de Wit

Een persoonlijk vooraf

Mijn nieuwsgierigheid voor de studiebijeenkomst in Hilversum over queer en liturgie was vanwege het onderwerp wel gewekt. Ik had net met plezier het boek Beelddrager van God gezocht M/V/X over queer bijbellezen (samenst. Jetske Christoff Venema, Amsterdam 2025) gelezen, een uitstekend en inspirerend boek. Ik verbaasde me erover dat dit boek niet werd genoemd bij de leestips op de studiebijeenkomst en ik doe het hier alsnog.

Maar het onderwerp interesseerde mij ook om enkele autobiografische elementen.

Ten eerste: ik studeerde theologie in Nijmegen toen daar net de feministische theologie opkwam onder de bezielende aanvoering van Tine Halkes. Ik werd prettig geïnfecteerd door het feminisme en dat zette zich door in mijn werk dankzij vele vrouwelijke collega’s. In een latere fase ging ik voor in vieringen van het CHJC (Christelijk Homo Jongeren Contact) en in AIDS-vieringen. Dit alles zorgde ervoor dat ik geen liturgische tekst meer kon lezen zonder deze te scannen op de inclusiviteit en bij het samenstellen van en/of voorgaan in een liturgieviering bleef dit steeds een uitgangspunt.

Ten tweede werkte ik mee aan de pastorale brief over het vieren van vriendschap Tot zegen bereid van het Werkverband van katholieke homo-pastores (WKHP) uit 1999, waarvan ik, ik moet het bekennen, slapend lid ben. In deze brief gaven we een uitgebreide theologische onderbouwing van het zegenen van homoseksuele en lesbische relaties met ook een praktische handleiding. Het boekje, uitgegeven door Gooi & Sticht, werd over de rooms-katholieke parochies verspreid, maar kreeg weinig weerklank. Eigenlijk hoopten we stiekem dat er wat reuring zou ontstaan bij het episcopaat, waardoor de brief de aandacht zou krijgen die hij verdiende. De namen van de auteurs kwamen niet in het boekje, het was een collectief product. Maar voor de zekerheid voor mijn eigen positie – ik had een benoeming van de aartsbisschop – meldde ik mijn medewerking bij mijn bestuur met de vraag hoe het hier in stond. ‘Jullie doen wel meer dingen die niet mogen,’ was de reactie van de deken, waarmee ik wist dat hij mij zou indekken. Terzijde: ik vond het opmerkelijk, tenzij ik niet goed heb opgelet, dat ik geen lid van het WKHP ontwaarde op onze bijeenkomst…

Ten derde: hoe de kerk tegenover homoseksualiteit stond, bleek ook uit mijn sollicitatie eind jaren ’90 bij het Bisdom Breda, met toentertijd zeker niet de meest behoudende bisdomstaf. Toen ik tijdens het gesprek met de personeelsfunctionaris openlijk vertelde dat ik met een vriend samen was, bleek een benoeming in het basispastoraat onmogelijk. Eigenlijk vond men mij een heel interessante kandidaat en daarom verdween mijn dossier in een la, zodat altijd nog een beroep op mij gedaan kon worden… Nu ik, inmiddels gepensioneerd, cantor ben bij de Oud-Katholieke Kerk, functioneer ik op dit punt in een beter klimaat!

Het programma

Jade Willaert (doctoraal researcher KU Leuven) gaf ons informatie over de recentelijke ambigue uitspraken binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Op zich is het een winstpunt dat het spreken over homoseksualiteit en homorelaties geen taboe meer is. Paus Franciscus heeft dat wel doorbroken. Niet iedereen is hier blij mee in de kerk; Vlaamse en Duitse bisschoppen lopen voorop in de dialoog. Ik wou dat ik in het bisdom Antwerpen woonde, waar de moedige bisschop Bonny zetelt!

De Verklaring Fiducia supplicans van de Dicasterie voor de Geloofsleer (2023) beperkt zich tot het zegenen van ‘paren in ongeregelde situaties of paren van hetzelfde geslacht’: een spontane zegening aan de kloosterpoort is wel geoorloofd, maar betekent geen goedkeuring van deze relaties, en de zegen mag absoluut niet een gelijkenis vertonen met de sacramentele huwelijksinzegening. Het is een winstpunt dat er een geloofsdocument is over het zegenen van relaties, maar een inzegening met een belofte en uitwisselen van ringen is dus niet aan de orde. Paus Franciscus zag zich gedwongen, om de hete brij te draaien en Leo heeft onlangs nog eens benadrukt dat een homohuwelijk tegen de orde ingaat.

Het was in dit opzicht goed dat Evert de Jong (oud-secretaris NRL (Nationale Raad voor Liturgie)) nog eens de recente geschiedenis weergaf over de wijze van de huwelijkssluiting: een proces van buiten naar binnen het kerkgebouw, ingebed in een eucharistieviering, de huidige praktijk in de RKK.

Mariecke van den Berg (hoogleraar Religie, Gender en Seksualiteit VU, hoogleraar Feminisme en Christendom Radboud Universiteit) verklaarde dat homoseksuelen zich de geuzennaam ‘queer’ hebben toegeëigend (zoals indertijd de flikkertheologie zich de scheldnaam ‘flikkers’ toe-eigende). Queer betekent oorspronkelijk vreemd, ongewoon. Mariecke pleit ervoor de liturgie te ‘queeren’ en illustreerde dat met het verslag van haar eigen lesbische huwelijk. Feitelijk was dit een soort multiculti-viering, doordat elementen (zoals muziek en dans) uit andere tradities werden ingepast. Daarbij werden Bijbelteksten intrigerend herschreven, zoals het Hooglied van de Liefde.

Gewaagd? Want zijn wij niet allen opgevoed met het dogma dat de Bijbel (God die het eerste woord heeft) naar de meest oorspronkelijke bron moet worden vertaald? Heel erg nieuw is het niet, want zijn veel liturgische gezangen uit de traditie niet ook een bewerking van een oorspronkelijke tekst?

En wat betreft het queeren van de liturgie: staan we niet altijd in de profetische traditie? Heeft Jezus met het vertellen van de parabels ook geen schokeffect teweeg willen brengen? Een goede preek roept altijd vervreemding op: het zogenaamde V-effekt. (Het V-effekt is een uitdrukking van B. Brecht, besproken door Ernst Henau waar hij een pleidooi houdt voor de vervreemdingstechniek in de preek; zie zijn Inleiding tot de praktische homiletiek, Averbode 1967, 61-65.) Niets nieuws dus onder de zon! Om dan de vervreemding in de liturgie weer op te eisen door de inmiddels geseksualiseerde term queer kan dan wel vragen oproepen. Van de andere kant kan het heel legitiem zijn en vooral verfrissend om teksten in de liturgie aan te passen of herschrijven vanuit het genderperspectief.

Ritueelspecialist Marian Geurtsen (inmiddels oud-katholiek en diaken gewijd) vertelde over de viering van de zegening van transgenders, waarmee ze zelf ervaring heeft opgedaan in de samenstelling en uitvoering van de rituele bekrachtiging van de transitie van haar partner. Conclusies werden getrokken in het interview dat zij afnam van Heleen Zorgdrager (emeritus hoogleraar Systematische Theologie en Genderstudie, PThU) naar aanleiding van het boek Queering Christian Worship van Sh.R. Fennema (New York 2023), dat gaat over de uitdagingen van queer-christenen aan ons als liturgisten. Een mooie opdracht om mee naar huis te nemen.

Jeroen de Wit was jarenlang werkzaam in de liturgische dienstverlening in Overijssel, docent liturgie en hymnologie aan het conservatorium van Enschede en docent liturgie aan de theologieopleiding van Hogeschool Enschede. Ook was hij vele jaren redactioneel actief. Sinds 2009 pastoraal werker Pelgrimsoord Klooster Wittem en beheerder erfgoed van de Redemptoristen in Nederland, en cantor van de Oud-Katholieke Parochie Maria Magdalena Eindhoven

Enkele momenten in beeld gebracht:

Jade Willaert
Marian Geurtsen in gesprek met Heleen Zorgdrager (r)
Mariecke van den Berg
Evert de Jong
Marian Geurtsen
Categorieën: NieuwsUncategorized